Meerjarenplan 2026 - 2031

Gemeenteraad keurt meerjarenplan 2026-2031 Boutersem goed

Geen belastingverhogingen, wel gerichte investeringen in leefbaarheid en veiligheid

De gemeenteraad van Boutersem keurde op 18 december het meerjarenplan 2026-2031 goed. In een constructief debat met de oppositie lichtte de meerderheid haar beleidskeuzes toe. Het plan combineert een ambitieus investeringsprogramma met financiële stabiliteit en behoud van de bestaande belastingtarieven.

De prioriteiten van het meerjarenplan liggen bij duurzame mobiliteit en verkeersveiligheid, gemeentelijke infrastructuur en patrimonium, onderwijs en kinderopvang, en communicatie en participatie. In totaal voorziet het bestuur 27,2 miljoen euro aan investeringen over de legislatuur.

Investeren in leefbaarheid en veiligheid

“Dit meerjarenplan is het resultaat van doordachte en afgewogen keuzes, met respect voor onze inwoners,” zegt burgemeester Van Rillaer. “We investeren gericht in leefbaarheid, veiligheid, verbondenheid en een efficiënt bestuur.”

Een belangrijk zwaartepunt ligt net zoals vorige legislatuur bij mobiliteit en openbaar domein. De gemeente investeert de komende zes jaar ongeveer 13 miljoen euro in wegen, fietspaden en rioleringswerken, boven op de grote projecten van Aquafin en Fluvius Riobra. 

Door werken maximaal te combineren, worden kosten gedrukt, al erkent het bestuur dat dit, net zoals dit jaar, nog tijdelijke hinder zal veroorzaken. “We blijven hiervoor begrip vragen van onze inwoners, maar in ruil maken we op korte tijd een noodzakelijke inhaalbeweging op het vlak van verkeersinfrastructuur,” aldus de burgemeester.

Daarnaast wordt ongeveer 6 miljoen euro geïnvesteerd in het gemeentelijk patrimonium, waaronder het gemeentehuis (waar momenteel een haalbaarheidsstudie aan de gang is), de buurthuizen in Kerkom en Willebringen en de optimalisatie van de gemeentelijke feestzaal. Het bestuur wil ook sterker inzetten op de verschillende dorpskernen en ontmoetingsruimtes creëren in alle deelgemeenten, niet enkel in het centrum.

Sterke organisatie, financieel gezond

Om deze investeringen waar te maken, wordt ook de interne werking versterkt. In 2026 voorziet de gemeente de aanwerving van minstens 3,25 voltijdse equivalenten. “Wie fors investeert, moet ook zorgen voor voldoende interne expertise en mankracht,” stelt Van Rillaer. “We willen minder afhankelijk zijn van dure externe contracten en sterker inzetten op kennis binnen de eigen organisatie.”

Ondanks het omvangrijke investeringsprogramma blijven de aanvullende personenbelasting en de opcentiemen ongewijzigd. Een deel van de investeringen wordt cash gefinancierd, een deel via leningen. De schuld per inwoner stijgt tegen het einde van de legislatuur van ongeveer 2.580 naar 3.200 euro. “Dat is veel, dat weten we, maar dat is een bewuste en berekende keuze,” benadrukt de burgemeester. “De leningen zijn grotendeels afgesloten aan vaste en gunstige rentevoeten, waardoor de schuldendienst beheersbaar blijft.” En je kan immers niet ‘en investeren, en veel cash op de rekening hebben, en weinig lenen, en de belastingen ongewijzigd houden’.

Wonen, economie en participatie

Het bestuur neemt ook fiscale en beleidsmatige maatregelen om de leefbaarheid te versterken. Zo wordt de belasting op banken en financiële instellingen afgeschaft om bankautomaten te behouden, wordt leegstand en verwaarlozing aangepakt en wordt de belasting op tweede verblijven verdubbeld om woongelegenheid te stimuleren.

Daarnaast werkt de gemeente hard aan een bredere visie op wonen en bouwen, met instrumenten zoals het sociaal beheersrecht, het voorkooprecht en het noodkoopfonds, gericht op betaalbaar wonen en renoveren. Een themacommissie binnen de gemeenteraad zal deze visie verder uitwerken op een participatieve manier.

Tot slot zet het bestuur extra in op communicatie en participatie, met als doel inwoners nauwer te betrekken en transparanter, interactiever en moderner te communiceren.

Hoewel de financiële context de oefening bemoeilijkte, is het toch gelukt om al de gewenste investeringen en dagelijkse dienstverlening te bundelen in een haalbaar en toekomstgericht beleidsplan. Schepen van financiën Chris Vervliet licht toe: “Dit is de derde financiële meerjarenplanning die ik moest voorbereiden. We houden rekening met een verlaging van de personenbelasting op federaal niveau. Daardoor daalt ook onze belastingsbasis, want de aanvullende personenbelasting is onze belangrijkste ontvangst. De sfeer binnen de coalitie zat zeer goed, maar het was wel weken keihard werken. Uiteindelijk zijn we erin geslaagd. Doordat we over een aanzienlijke spaarpot beschikten, kunnen we meer dan 6 miljoen van onze investeringen cash betalen. Uiteindelijk landen we in 2031 op een begrotingsoverschot (autofinancieringsmarge) van 409.931 euro. Terzelfdertijd zal er nog altijd een spaarpot (gecumuleerd budgettair resultaat) van 1.392.459 euro aanwezig zijn. “