|
Met het vriesweer zijn ze er weer, de verontruste dierenvrienden die signaleren dat er her en der nog dieren op een weiland staan. Dieren staan in het slijk, hebben op verschillende plaatsen geen vacht en zien er ellendig uit. Mensen met een hart voor dieren, het geeft een goed gevoel... Maar de wetgeving hierrond blijft uiterst vaag... Een uniforme visie ontbreekt. Het Koninklijk Besluit van 1 maart 2000 inzake de bescherming van voor landbouw-doeleinden gehouden dieren zegt over de niet in gebouwen gehouden dieren: " Dieren die niet in gebouwen gehouden worden, moeten zo nodig voor zover mogelijk beschermd worden tegen slechte weersomstandigheden, roofdieren en gezondheidsrisico's". Dit is geen voorbeeld van duidelijke wetgeving en meteen ook oorzaak van discussie of er op een weide al dan niet een degelijk schuthok moet staan. En dan zwijgen we nog over de inbreng van Ruimtelijke Ordening, waar het dierenwelzijn maar zelden een argument is als een bouwaanvraag wordt behandeld... Ons gezond verstand zegt in ieder geval dat dieren die bij vriesweer buiten blijven, zeker in goede conditie moeten zijn, en vooral dat ze de mogelijkheid moeten krijgen om beschutting te zoeken, dat ze genoeg moeten kunnen drinken en dat ze voldoende bijgevoederd moeten worden. Bij extreme koude worden zij natuurlijk liefst naar binnen gehaald. Dieren kunnen de koude wel veel beter verdragen dan mensen, vochtigheid en tocht zullen ongetwijfeld veel schadelijker zijn dan wat vorst. Anderzijds is het dan ook weer zo dat extreme vrieskou en sneeuwval grazende dieren wel degelijk in moeilijkheden kunnen brengen. Laten we er dan hoe dan ook voor zorgen dat, als weidedieren buiten verblijven: • er een tochtvrij (!) schuthok is waar de dieren droog kunnen liggen, en vooral beschut zijn tegen de regen. Het is immers voor geen enkel dier gezond op een vochtige of drassige grond te moeten liggen; • er voldoende eten en vers drinkwater ter beschikking is. Bij vorst mag dat drinkwater niet te koud zijn, niet onder de 8 graden, want te koud drinkwater kan bij paarden kolieken veroorzaken. Dieren de gelegenheid geven om zowel in de winter bij extreme koude als in de zomer bij extreme hitte te gaan schuilen, bespaart hen heel wat ellende.
|