Fontgrootte aanpassen
 

Burgerzaken : Bevolking : Wettelijke samenwoning





Twee meerderjarige, niet (meer) gehuwde personen die op hetzelfde adres ingeschreven zijn kunnen een verklaring van wettelijke samenwoning afleggen. Zij dienen bekwaam te zijn om een contract te sluiten (ongeacht hun geslacht, bloed- of aanverwantschap). Minderjarigen en onbekwaamverklaarden kunnen dus niet wettelijk samenwonen.

De partners ondertekenen een schriftelijke verklaring op de dienst bevolking van de gemeenschappelijke woonplaats waarin zij beiden bevestigen wettelijk te willen samenwonen. Deze verklaring wordt vermeld in de bevolkingsregisters.

Er komt een einde aan de wettelijke samenwoning door huwelijk, overlijden, vonnis of door het neerleggen van een schriftelijke verklaring van beëindiging bij de dienst bevolking, éénzijdig of in onderlinge overeenstemming.
De éénzijdige beëindiging wordt door de ambtenaar van de burgerlijke stand binnen de acht dagen betekent aan de andere partij d.m.v. een gerechtsdeurwaardersexploot en bij aangetekend schrijven aan de gemeente van woonplaats van de andere partij. De kosten van deze betekening en de kennisgeving moeten vooraf betaald worden door hen die de verklaring afleggen.

De wettelijke samenwoning heeft rechten en verplichtingen tot gevolg die te vergelijken zijn met die van een huwelijk. (art 1475 t.e.m. 1479 Burgerlijk Wetboek) :
  • Beide partners moeten bijdragen in de lasten van het samenleven naar evenredigheid van hun mogelijkheden.
  • Zij zijn beiden gehouden de schulden (behalve de buitensporige) te betalen die door één van de partijen zouden zijn aangegaan in het belang van het samenleven of in het belang van de kinderen die door hen worden opgevoed. Ook bepaalde belastingschulden vallen onder deze bepaling (onroerende voorheffing, verkeersbelasting).
  • Over de gezinswoning en de huisraad kan de ene partner niet vrij beschikken zonder de toestemming van de andere ook al zou dit de exclusieve eigendom zijn van één van beide partners.
  • Ook het recht op huur van de gezinswoning behoort aan beide partijen, zelfs wanneer slechts één van beiden het huurcontract zou hebben ondertekend voor de wettelijke samenwoning.
  • De partners vallen onder het stelsel van de scheiding van goederen. Elk van de wettelijke samenwonenden blijft dus eigenaar van de goederen waarvan hij kan bewijzen dat ze zijn eigendom zijn. Ook de inkomsten uit deze goederen en de opbrengsten uit zijn arbeid blijven zijn eigendom. Goederen (en de inkomsten ervan) waarvan geen van beiden de eigendom kan bewijzen, worden geacht in onverdeeldheid te zijn. De partners kunnen dit stelsel van scheiding van goederen zelf aanpassen door over hun samenleven, voor de verklaring van samenwoning, een overeenkomst te sluiten voor een notaris. Deze notariële akte kan geregistreerd worden als u ze voorlegt bij de ondertekening van de verklaring van wettelijke samenwoonst bij de dienst bevolking.
  • Indien de verstandhouding ernstig verstoord is, kunnen ook zij, net als gehuwden, een beroep doen op de vrederechter voor dringende en voorlopige maatregelen met betrekking tot de gemeenschappelijke verblijfplaats, de goederen, de kinderen die binnen de samenleving worden opgevoed, wettelijke en contractuele verplichtingen.
Voor meer info kunt u terecht op de dienst bevolking: Tel. 016/72.10.60