Fontgrootte aanpassen
 

Natuur en Erfgoed : Natuurreservaten : Snoekengracht






Natuurreservaat "De Snoekengracht" is gelegen in Vertrijk en is 12 ha 95a groot.



Plannetje

 

De naam "Snoekengracht" komt van de gracht die er bij een bron ontspringt en die vroeger een gekende paaiplaats was voor Snoek.


Gelegen in de vallei van de Velp herbergt De Snoekengracht een grote verscheidenheid aan soorten op een relatief kleine oppervlakte.
Talrijke kwelzones, gevoed vanuit de watervoerende laag van het Brusseliaan, zorgen voor een permanent hoge waterstand in het natuurreservaat. De vettige leem die zich in het gebied heeft afgezet zorgt er samen met de kalkrijke kwelzones voor dat zich hier, mede onder invloed van de menselijke activiteiten uit het verleden, een bijzondere plantengemeenschap heeft ontwikkeld.
 

 

 

 

 

Vooral de Brede Orchis komt hier massaal voor maar ook minder gekende zeldzaamheden als Moeraszoutgras en Sterre-goudmos.
Kensoorten zijn verder Knolsteenbreek, Scherpe boterbloem, Moeraszegge, Trilgras, Echte Koekoeksbloem, Kleine ratelaar, Gewone waterbies, Veldrus enz.

 

 

 

De menselijke invloed is hier echter goed te merken.
Zo bestaat het natuurreservaat in de eerste plaats uit kleine percelen natte hooilanden maar ook uit elzenbroekbos, ruigten, loofbos, houtwallen, oeverwallen en bermen.
Het zijn allemaal elementen die de biodiversiteit van het gebied vergroten.
Sinds 1990 is er begrazingsproject met shetland pony's gestart op de elzenbroekbossen. De fauna van het gebied is erg volledig te noemen door oa de aanwezigheid van Ree, Vos, Steenmarter, Bunzing ... Meer dan 185 vlindersoorten werden in het gebied op naam gebracht.

De conservators organiseren elke laatste zondag van de maand (uitgezonderd in mei) een gratis geleid bezoek : afspraak om 10 uur aan het station van Vertrijk. In de maand mei wordt er een orchideeënwandeling georganiseerd.

Meer info : www.velpe-mene.be

 

Het landschappelijk en architecturaal erfgoed van de snoekengracht 

(tekst van Jan Struyf verschenen in Natuur en Landschap 2006/2)

Vergelijkt men de kaart van graaf de Ferraris uit circa 1774-1777 met het huidige voorkomen van de Snoekengracht en dan is te merken dat een aanzienlijk deel van de historische hooilanden dat op de kaart voorkomt tot op de dag van vandaag bewaard bleef. Het is één van de (vele) verdiensten van het beheerteam, dat vanaf 1976 de sterk verruigde hooilanden ging maaien, dat dit boeiende traditionele beemdenlandschap in ere werd hersteld.

 

 

Door het aloude cyclisch maaibeheer te hernemen kon het evenwicht tussen de natuurwaarden en het menselijk handelen, dat zo kenmerkend was voor de traditionele landschappen, opnieuw open bloeien.
Hiermee is ook de algemene structuur van Vertrijk als agrarisch dorp gelegen tussen de hoger gelegen akkercomplexen en de beemden in de Velpevallei nog zeer tastbaar aanwezig.
Ook architecturale stukjes erfgoed bleven in het gebied bewaard: de Sint-Luciakapel en een tuinpaviljoen dat onderdeel uitmaakte van een oud landschapspark van het ‘nieuw kasteel’ van Boutersem.
Zeker het tuinpaviljoen staat er voorlopig wat verkommerd bij, maar de meerwaarde van het behoud en onderhoud van deze kleine pareltjes is het beheerteam niet ontgaan.

 



Sint-Luciakapel

In het uiterste zuidwesten van het natuurgebied de Snoekengracht staat op de linkeroever van de Velpe, in de zogenaamde Sint-Luciebeemd, een zandstenen kapelletje uit 1796, bovenop een bron toegewijd aan de Heilige Lucia (perceel A291H).
De bron is vermoedelijk één van de talrijke ‘miraculeuze’ bronnen die in de streek voorkomen en onderwerp waren van een préchristelijke verering.
Hierop heeft men veel later, wellicht in 1525, de verering van Sint-Lucia geënt, waarvoor reeds sinds de 14de eeuw een devotie in de Vertrijkse parochiekerk bestond.
Het bronwater werd medicinale krachten toegedicht en Sint-Lucia riep men aan om pest, melaatsheid, cholera, “bloed quaelen en quaede oogen” te bezweren.
Van een stenen kapel was er vóór 1796 wellicht geen sprake. De huidige kapel werd opgericht nadat Franse troepen de parochiekerk van Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart voor de eredienst hadden gesloten en er een poedermagazijn inrichtten. Toenmalig pastoor Jozef-Karel Vanderborght en kerkmeester Joannes Vandervorst, wiens initialen ‘IVDV K(erk)M(eester)’ in de voorgevel van de kapel prijken, sloegen er in de verering van Sint-Lucia levend te houden, de bron te overwelven en erboven een kapel op te richten met de Dongelbergsteen (gelegen tussen Jodoigne en Incourt net ten zuiden van de taalgrens) die ze op het kerkhof aantroffen.

 

Parklandschap met tuinpaviljoen

Het deel van de Snoekengracht dat gelegen is net ten zuiden van de spoorlijn Brussel-Luik, tussen de Stationsstraat en de Velpe (perceel B193c), maakte zowat 200 jaar geleden deel uit van een omvangrijk ‘molenvijvergoed’.
Het molencomplex strekte zich als een smal, circa 500 meter lang perceel uit langsheen de Velpe, vanaf de steenweg Leuven-Tienen tot aan de huidige ingang van het natuurgebied in de Stationstraat.
Duidelijkste restanten van dat complex tot op heden zijn de twee vijvers parallel aan de Stationsstraat en de watermolen daar waar de Velpe de steenweg onder duikt.
Zeker vanaf het begin van de 19de eeuw werd dat deel van het goed dat nu tot de Snoekengracht behoort, omschreven als ‘terrain d’agrément’ of ‘lustgrond’.
Dit geeft aan dat het molengoed stilaan was geëvolueerd tot een ‘hof van plaisantie’ of buitengoed met park in landschappelijke stijl. Ook na de aanleg van de spoorweg in 1838, wanneer het perceel van de rest van het molengoed afgesneden werd, bleef het de functie van lustgrond vervullen.
Hiervan getuigen de bewaard gebleven passage onder de spoorweg en de stronken en opslag van sierbeplanting zoals paardekastanje en linde.
De omschakeling naar een quasi volwaardige residentie kende zijn volledige beslag in 1890 met de bouw van het ‘nieuw kasteel’ van Boutersem - het ‘oud kasteel’ stond aan de overzijde van de steenweg nabij Neerbutsel.
Het domein werd op de rechteroever van de Velpe ten noorden van de spoorlijn aanzienlijk uitgebreid en ingericht als lustgrond in laat-landschappelijke stijl.
Delen van dat park zijn recent in beheer genomen (B1A/deel,B1B/deel, B2b en B3d) als onderdeel van de Snoekengracht.
Opvallendste restant van de parkaanleg - naast een plataan en enkele bomengroepen van moerascipressen en van bruine beuken (‘Twaalf Apostelen’) - is het bakstenen paviljoentje, vermoedelijk gelijktijdig met het kasteel opgetrokken. Oorspronkelijk fungeerde het als gazebo, op een iets hoger gelegen, strategische plaats, met uitzicht op het kasteel en een groot gedeelte van het park.

 

Wouters, V. Legendarisch en vroom Hageland. Van vermaard Bedevaartsoord tot eenvoudige Veldkapel in het Hageland en Vlaams-Brabants Haspengouw. Leuven, 1998, p. 78-81.

Deneef, R. (red.) Historische tuinen en parken van Vlaanderen. Provincie Vlaams-Brabant: Bierbeek, Boutersem, Glabbeek, Oud-Heverlee. M&L Cahier 9: Brussel, 2004, p. 96-102 en 136-137.