| |
Milieuvergunningsaanraag of meldingsplicht Voor het exploiteren van een inrichting van eerste of tweede klasse is een milieuvergunning vereist. Wanneer iemand een inrichting van de derde klasse exploiteert, dan volstaat een voorafgaande melding. Ook veranderingen aan een inrichting moeten aangevraagd worden. De aanvragen dienen te gebeuren op de voorziene formulieren bij de provincie voor klasse 1 bedrijven en de gemeente voor klasse 2 bedrijven. De vergunningsaanvraag klasse 1 of 2 Binnen de 14 dagen wordt het dossier al dan niet volledig en ontvankelijk verklaart. De bevoegde instantie neemt binnen de 3 of 4 maanden (eventueel verlengbaar met 1,5 of 2 maanden) een beslissing. Er is steeds één beroep mogelijk bij de Minister bevoegd voor Leefmilieu (klasse 1) of bij de Bestendige Deputatie (klasse 2).
Na het volledig en ontvankelijk verklaren wordt een openbaar onderzoek georganiseerd voor een termijn van 30 dagen. Gelijktijdig worden ook diverse adviezen bij andere overheidsadministraties gevraagd. Zowel bij de procedure bij de Bestendige Deputatie als bij de Minister bestaat de mogelijkheid om gehoord te worden door de milieuvergunningscommissie. Melding van een kleine verandering In bepaalde gevallen kan een verandering gemeld worden, dan volgt een vereenvoudigde procedure. De werken kunnen pas starten na een gunstige beslissing. Deze procedure kan alleen gevolgd worden indien de melding: • geen bijkomend risico voor de mens of een aantasting van het leefmilieu inhoudt, • geen verhoging van klasse teweegbrengt, • geen toevoeging (van percelen) betreft. Voor elk van de volgende gevallen wordt aangenomen dat ze een bijkomend risico voor de mens of een aantasting van het leefmilieu inhouden: • een belangrijke wijziging van een vergunde inrichting; • een uitbreiding van de inrichting met meer dan 50 %; • een uitbreiding waardoor de vergunde inrichting onderworpen wordt aan een MER-rapport. Melding van overname Een vergunning is van toepassing op de vermelde kadastrale percelen en voor de verantwoordelijke persoon, de exploitant. Verandert die exploitant, dan moet de overname vooraf gemeld worden aan de bevoegde overheid. Deze neemt daar gewoon akte van. De milieuvergunning De vergunning wordt toegekend voor een periode van maximum 20 jaar. Er wordt ook een termijn van ingebruikname vermeld. Deze is maximaal 3 jaar, meestal 200 dagen. De milieuvergunning vervalt van rechtswege voor de inrichting of een gedeelte ervan indien ze: • niet in gebruik is genomen binnen de termijn van ingebruikname, • vernield is wegens brand of ontploffing ten gevolge van de exploitatie, • gedurende twee opeenvolgende jaren niet wordt geëxploiteerd. Er bestaat ook een koppeling tussen de stedenbouwkundige en de milieuvergunning. De ene blijft geschorst zolang de andere niet definitief is toegekend. Hernieuwing van de vergunning Een vergunning moet vernieuwd worden tussen de 18 en de 12 maanden voor het verval ervan. In drie gevallen kan de aanvraag voor de hernieuwing nog vroeger ingediend worden: * er is een overname van de vergunde inrichting door een andere exploitant gepland; * de exploitant van de vergunde inrichting beoogt een belangrijke verandering (bijvoorbeeld een grote investering), in dit geval moet naast de verandering eveneens een totale hernieuwing gevraagd worden; * indien de vergunning ten laatste vervalt op 1 september 2011, dan kan de hernieuwing reeds ingediend worden vanaf 48 maanden voor de vervaldag (in de meeste gevallen dus vanaf 1 september 2007). Procedureschema van een milieuvergunningsaanvraag Klasse 1  Procedureschema van een milieuvergunningsaanvraag Klasse 2 
Procedure voor natuurvergunningen en meldingen Ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijke milieu, keurde de Vlaamse Regering op 23 juli 1998 het besluit goed met de bepalingen over het wijzigen van vegetaties en kleine landschapselementen. Dit besluit komt in de plaats van het oude vegetatiebesluit van 4 december 1991. Procedure: In Vlaanderen is het verboden bepaalde kleine landschapselementen en vegetaties te wijzigen zonder vergunning. Vooraleer over te gaan tot het wijzigen van bijvoorbeeld poelen, graslanden, bomenrijen, … vraagt u best altijd informatie aan de milieudienst. Een aanvraag tot natuurvergunning of melding kan op een voorgeschreven formulier, gericht aan het college van burgemeester en schepenen. Een natuurvergunning is nodig voor het wijzigen van vegetatie en van kleine landschapselementen in bepaalde gebieden (groen-, park- en bosgebieden, in agrarische gebieden met een bijzondere waarde…) ‘Wijzigen van vegetatie’ betekent onder meer: het afbranden, vernietigen, beschadigen of doen afsterven van de vegetatie met mechanische of chemische middelen, het wijzigen van historisch permanent grasland, het wijzigen van het reliëf. Met "vegetatie" wordt iedere begroeiing (perceelsdekkend) - op een (half)natuurlijke manier ontstaan of door de mens gecreëerd - bedoeld. De meest typerende vegetaties zijn: bossen, droge of vochtige graslanden maar ook moerassen, rietvelden, duinbegroeiingen, en Met ‘wijzigen van kleine landschapselementen’ wordt bedoeld: het verwijderen en beschadigen van houtachtige beplantingen op weg-, waterweg- of spoorwegbermen of op de helling van holle wegen, van dijken of taluds, van heggen, hagen, houtkanten, houtwallen, bomenrijen en hoogstamboomgaarden; het uitgraven, verbreden, rechttrekken, dichten van poelen of waterlopen, enz.
De natuurvergunningsplicht is van toepassing in volgende gebieden: • "de groene bestemmingen" op het gewestplan: groengebieden, parkgebieden, buffergebieden, bosgebieden; • "de geel-groene bestemmingen" op het gewestplan: valleigebieden, brongebieden, natuurontwikkelingsgebieden, agrarische gebieden met ecologisch belang of bijzondere waarde; • de internationaal beschermde gebieden: EU-Habitatrichtlijngebieden, EU-Vogelrichtlijngebieden, Ramsargebieden. Voor wat betreft het wijzigen van kleine landschapselementen (KLE) heb je ook een natuurvergunning nodig in landschappelijk waardevol agrarisch gebied en puur agrarisch gebied.
De natuurvergunningsplicht geldt NIET op huiskavels van een vergunde woning of bedrijfsgebouw gelegen binnen een straal van 100 meter rond het gebouw (dit wordt 50 meter indien het om een groene bestemming gaat). De natuurvergunning is ook niet verplicht indien je reeds over een stedenbouwkundige vergunning beschikt waarbij advies van de Afdeling Natuur van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap werd gevraagd (bv voor het kappen van een boom). Voorts is het ook niet nodig indien de werken kaderen in een goedgekeurd beheersplan (bv voor een natuurreservaat, bossen) of indien het gaat om normale onderhoudswerken.
Een aantal wijzigingen van vegetaties en KLE’s, in sommige gebieden zijn meldingsplichtig - het rooien of verwijderen en beschadigen van struwelen, loofbossen, houtachtige beplantingen op weg-, waterweg-, of spoorwegbermen of op het talud van holle wegen, van houtachtige beplantingen langs waterlopen, dijken, taluds van heggen, hagen, houthanten, houtwallen, bomenrijen en hoogstamfruitboomgaarden - het uitgraven, verbreden, rechttrekken, dichten van stilstaande waters, poele, of beken.
De meldingsplicht geldt NIET: • in gebieden waarvoor de natuurvergunning voor wijziging van kleine landschapselementen verplicht is • in de woongebieden • in de industriegebieden • in landschappelijke waardevolle agrarische gebieden
De formulieren voor : - Melding stopzetting van een bedrijf
- Natuurvergunningsaanvraag
- Natuurmeldingsaanvraag
- Subsidieaanvraag hemelwatervoorziening
- Meldingsformulier klasse 3 inrichting
- Subsidieaanvraag individuele behandeling van afvalwater
- Milieuvergunningsaanvraag klasse 1 of 2
kunnen op deze website onder "Formulieren : milieu "gedownload worden.
|
|
|
|