Fontgrootte aanpassen
 

Afval, milieu en energie : Milieuhinder : Lichthinder



Verstoring door licht


  1. Beschrijving

    Overmatig gebruik van kunstlicht ’s nachts leidt tot lichthinder. Deze lichthinder kan zich voordoen als verblinding, als verstorende factor tijdens nachtelijke activiteiten of hij kan een algemeen gevoel van onbehagen inhouden met psychologische klachten en stress tot gevolg. Vooral astronomen klagen over het overmatige gebruik van kunstlicht: licht dat naar boven wordt uitgezonden wordt in de dampkring verstrooid en maakt sommige astronomische waarnemingen onmogelijk. Ook het waarnemen van de sterrenhemel met het blote oog wordt op vele plaatsen sterk bemoeilijkt.

    Lichtbronnen die te fel schijnen, te veel en verkeerd licht uitstralen, in de verkeerde richting schijnen en op het verkeerde moment veroorzaken lichtvervuiling. De effecten van deze lichtvervuiling zijn nog niet diepgaand onderzocht. Nochtans zijn een aantal effecten op dieren en planten gesignaleerd: verstoren van het bioritme van nachtdieren, ongunstige gevolgen op voedselbevoorrading bij dieren die aangetrokken worden door de lichtbronnen, isoleren van populaties van lichtschuwe dieren door het barrière-effect van de lichtsnoeren langs wegen en gevolg daarvan op de voortplanting. Sommige planten ondervinden groeihinder en hun seizoenscyclus wordt verstoord.

    Talrijke bronnen kunnen lichthinder veroorzaken: openbare verlichting, decoratieve verlichting, lichtreclame, …
 
  1. Het beleidskader in Vlaanderen

    De Vlaamse overheid werkt aan de uitvoering van het lichthinderbeleid. Dat bestaat uit meerdere onderdelen: het urgentieplan Lichthinder, de samenwerkingsovereenkomst met de gemeenten, de wettelijke bepalingen rond lichthinder in het Vlarem en andere reglementeringen en normen.
 
    1. Urgentieplan Lichthinder

      In december 1997 keurde de Vlaamse regering het urgentieplan Lichthinder goed. In het kader hiervan wordt het lichthinderprobleem verder onderzocht en worden maatregelen uitgewerkt. Het urgentieplan bevat een aantal acties en initiatieven, waaronder het ontwikkelen van een normering en de sensibilisering van de verschillende doelgroepen.

      Het nieuwe milieubeleidsplan, dat het milieubeleid voor de periode 2003-2007 in kaart zal brengen, bouwt voort op het urgentieplan en concretiseert voor de volgende jaren de acties die op het niveau van het gewest zullen worden gevoerd.
 
    1. Samenwerkingsovereenkomst gemeenten

      Vanaf begin 2002 is de samenwerkingsovereenkomst tussen steden/gemeenten en de Vlaamse overheid operationeel. Die samenwerkingsovereenkomst is het vervolg op het huidige milieuconvenant waarbij subsidies worden toegekend voor de uitvoering van een aantal milieutaken en duurzaamheidstaken.

      De aantal relevante bepalingen in de samenwerkingsovereenkomst met gemeenten:
      1. Algemene bepalingen
        De gemeente besteedt aandacht aan het voeren van een rationeel verlichtingsbeleid.
      2. Ambitieniveau 1
        De gemeente voert sensibilisatiecampagnes inzake lichthinder. Een onderwerp voor de sector handel en diensten kan zijn het ’s nachts doven van richtreclame en verlichte uitstalramen.
      3. Ambitieniveau 2
  • De gemeente houdt verscherpt toezicht op de bestaande Vlarem- wetgeving en politiereglementen.
  • Er wordt een lichthinderactieplan opgesteld, als onderdeel van het milieujaarprogramma/milieubeleidsplan voor verbetering van de situatie.
  • Lichtvervuiling die in eigen beheer kan worden teruggedrongen, wordt bij voorrang aangepakt.
  • Ambitieniveau 3
    • Donkertegebieden worden afgebakend in het kader van een gebiedsgerichte aanpak van de problematiek.
    • De problematiek van lichtreclame wordt aangepakt via een stedenbouwkundige verordening. Via het verlenen van vergunningen kan geëist worden dat verlichting van winkels, bedrijven, horeca, e.d. wordt gedoofd na een bepaald uur, indien er geen werkzaamheden zijn.
     
      1. Vlarem II

        Vlarem II geeft algemene voorschriften om de lichthinder te beperken, zowel voor ingedeelde inrichtingen, die van de overheid een milieuvergunning moeten krijgen, als voor niet-ingedeelde inrichtingen, zoals tuinverlichting, verlichte monumenten en dergelijke.

        Die algemene voorschriften bepalen dat de exploitant maatregelen moet treffen om lichthinder te voorkomen, dat de lichtbronnen beperkt moeten worden tot de noodwendigheden voor uitbating en veiligheid, en dat de niet-functionele lichtoverdracht zo veel mogelijk moet worden beperkt. Bovendien mag klemtoonverlichting alleen op de inrichting gericht zijn en mag lichtreclame in intensiteit de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overtreffen.

        Als uitgangspunt bij toepassing van deze Vlarem-artikelen geldt het principe geen uitbating is geen licht. Als er zich ’s nachts wél activiteiten voordoen, sluit de regelgeving niet uit dat op het ogenblik van deze activiteiten het nodige licht wordt geproduceerd, maar dan enkel op die ogenblikken en dus niet tijdens periodes van inactiviteit. Bij sporadische activiteit, zoals laden en lossen aan laad- en loskades, kan het gebruik van bewegingsschakelaars, tijdsklokken en dergelijke een oplossing bieden.

        De term veiligheid verwijst in deze context naar de bescherming van de integriteit van de personen en niet naar de bescherming tegen inbraak.
     
      1. Reglementering publiciteit

        De wetgeving in verband met publiciteit besteedt weinig aandacht aan lichtgevende of verlichte publiciteitsborden. In enkele meer algemene reglementeringen zijn een aantal verwijzingen opgenomen.

        Zo bepaalt artikel 80.2 van de wegcode dat reclameborden en uithangborden die zich op minder dan 7 meter boven de grond en binnen een straal van 75 meter van een verkeerslicht bevinden, geen lichtweergevende of reflecterende rode, groene of oranje tint mogen hebben.
     
      1. NBN-normen

        De Belgische norm NBN L 18-002: aanbevelingen voor bijzondere gevallen van openbare verlichting geeft in eerste instantie aanbevelingen voor de openbare verlichting van specifieke stedelijke en landelijke zones. Onder het hoofdstuk Handelscentra worden richtlijnen gegeven voor de luminatieniveaus van reclameverlichting zodat die niet storend zijn voor de reglementaire signalisatie en niet verblindend.
     
      1. Besluit

        Verlicht enkel wat nodig is, wanneer het nuttig is en met zo weinig mogelijk hinder.
    Wil je meer lezen? Surf naar www.lichthinder.be/