Fontgrootte aanpassen
 

Afval, milieu en energie : Milieuhinder : Gemotoriseeerd verkeer



Milieuproblemen door onze auto-mobiliteit

Een geheim is het al lang niet meer: autorijden is nadelig voor het milieu. Bij het verbruik van brandstof worden er een aantal uitlaatgassen gevormd die terechtkomen in de lucht. Eén van deze gassen is koolstofdioxide (CO2) dat in belangrijke mate verantwoordelijk is voor het broeikaseffect. Dit broeikaseffect is een wereldwijd probleem want het zorgt o.a. voor een stijging van de zeespiegel met een groot gevaar op overstromingen in laaggelegen gebieden. Daarom sprak men op de klimaatconferentie in
Kyoto (1997) af dat de CO2-uitstoot in België tegen 2010 met 7,5% moet dalen ten opzichte van 1990. Helaas zijn we sindsdien al meer dan 10% gestegen en zonder extra maatregelen zal de uitstoot van de transportsector tegen 2010 met 35% toenemen!

Meten is weten: beperk uw autokilometers

De beste manier om minder uitlaatgassen te produceren is door minder met de wagen te rijden. Om dit goede voornemen concreet te maken, noteert u best regelmatig de stand van de kilometerteller (bv. bij elke tankbeurt). Als u dan de gereden kilometers per jaar vergelijkt, weet u pas echt of u minder met de wagen rijdt. En het kan u motiveren om volgend jaar weer iets beter te doen.
Bij het rijden komen nog andere vervuilende gassen in de lucht. Zo zijn stikstofoxides (NOx) en koolwaterstoffen (KWS) verantwoordelijk voor de vorming van hoge ozonconcentraties.
Elke zomer leidt die ozonsmog tot ademhalingsproblemen of beschadiging van de longen, vooral bij kinderen en bejaarden. Koolstofmonoxide (CO) is dan weer een uiterst giftig uitlaatgas: denk aan de jaarlijkse slachtoffers door CO-vergiftiging bij slecht werkende kachels. In België veroorzaakt het verkeer 70% van de CO-gassen. Vooral bij files en in tunnels kunnen de CO-concentraties gevaarlijk zijn, met hoofdpijn en misselijkheid als eerste symptomen. De zwarte rook uit de uitlaat is afkomstig van allerlei deeltjes (roet, resten van brandstof en olie). Dit zorgt voor geurhinder, tast gebouwen aan en kan de longen ernstige schade toebrengen, met longkanker tot gevolg. Tenslotte is het gemotoriseerd verkeer verantwoordelijk voor 20% van de stoffen die leiden tot "zure regen". Deze zure regen tast gebouwen en gewassen aan.

Laat uw uitlaat regelmatig controleren

Elk gemotoriseerd voertuig produceert uitlaatgassen, daar is weinig aan te doen. U kunt er echter wel voor zorgen dat uw wagen, brommer of moto zo weinig mogelijk luchtvervuiling veroorzaakt. Daarvoor moet de motor goed afgesteld staan. Laat daarom
bij elk bezoek aan de garage de uitlaat controleren en indien nodig de motor bijregelen. Wegen vormen immers vaak onoverbrugbare barrières voor dieren, autosnelwegen zelfs voor de mens. Het leefgebied van de dieren wordt zo enorm verkleind
en de mogelijkheden om bij tekorten elders voedsel te zoeken of te "verhuizen" bij gevaar vallen weg. Ook de natuurlijke trektocht bij de verandering van de seizoenen komt voor heel wat diersoorten in het gedrang: denk maar aan de talrijke verkeersslachtoffers
onder de kikkers en padden als ze in het voorjaar massaal naar vijvers en poelen trekken.
De ondoordringbaarheid van het wegoppervlak en andere transportinfrastructuur zoals parkeerterreinen en pechstroken kan ook voor wateroverlast zorgen. Het regenwater kan hier immers helemaal niet in de bodem dringen en wordt versneld afgevoerd. Via
de waterslikkers naast de wegen komt het meestal in rioleringen terecht. Bij hevige buien of lange regenperiodes kunnen deze rioleringen de piekdebieten niet verwerken wat kan leiden tot waterproblemen op de wegen zelf of stroomafwaarts.

Is uw oprit doordringbaar voor regenwater?

De meeste onder ons hebben ook een eigen stukje "wegeninfrastructuur", nl. de oprit van het eigen perceel naar de standplaats van de wagen. Deze oprit (en ook het eventueel terras of het tuinpad) kunnen we zelf doordringbaar voor neerslag maken. De beste situatie inzake doordringbaarheid voor water is natuurlijk een onverharde bodem. Om de draagkracht te verhogen kunt u de grond wel bedekken met houtsnippers, dolomiet, kiezel, siersteentjes of grastegels. Een tweesporenverharding is de volgende mogelijkheid: u legt enkel 2 stroken verharding aan, waar de banden van uw wagen over rijden.
Bij de keuze van het verhardingsmateriaal zijn kleinere elementen (bv. kasseien, klinkers,plaveien) te verkiezen. Als de voegen dan niet worden gecementeerd, kan er zo toch nog altijd een deel van de neerslag in de bodem dringen. Volledig verharde opritten
in beton of asfalt zijn ondoordringbaar en vanuit milieuoogpunt dus af te raden.

Geen olie in bodem of afvoer

Brandstoffen en olieproducten zijn echt wel te duur om ze te laten weglekken. Laat lekken dan ook onmiddellijk herstellen. Is er toch al olie gelekt op een verharde bodem?
Spuit de smurrie dan niet zomaar weg naar een riolering of de gracht. Probeer het met een absorberend materiaal (bv. houtzaagsel) zoveel mogelijk op te kuisen. Dit absorptiemateriaal verwijdert u dan met het Klein Gevaarlijk Afval (KGA).
Voor de handige Harry's die zelf de olie van hun wagen vervangen: oude olie doet u weg als KGA naar het containerpark.
Het gemotoriseerd verkeer heeft nog een andere nadeel voor onze leefomgeving. Het is ook een belangrijke bron van geluidshinder. Vooral bij grote wegen en autosnelwegen vormt het een constante lawaaibron. Bij kruispunten is er dan weer veel pieklawaai van afremmende of optrekkende voertuigen. Voor de omwonenden is dat niet altijd een pretje. En door het dichte wegennet in Vlaanderen wonen we haast allemaal in de buurt van grotere wegen. Het is immers heel moeilijk bij ons nog plaatsen - de zogenaamde stiltegebieden- te vinden waar er totaal geen verkeerslawaai meer doordringt.

 

Niet meer lawaai dan nodig

Als u niet rijdt, moet ook uw motor niet werken. Zet hem daarom uit als u ergens geparkeerd staat of moet wachten voor een overweg. Zelfs die enkele minuten loont het de moeite, want u stopt de vervuiling en u kan genieten van de rust.
Als u verstandig auto rijdt, maakt u ook het minste lawaai. Dat betekent dat u niet onnodig hard gaat remmen of optrekken. Een "speciale" knalpot is echt niet nodig om de buurt te laten weten dat u in aantocht bent, net zo min als een "rijdende discobar".

 
 

Uit  “Milieuvriendelijke mobiliteit?, provincie Vlaams-Brabant