Stop de bodemverdroging! Hoewel de regen soms met bakken uit de hemel valt, slinkt de hoeveelheid water in de bodem. Enerzijds gebruiken we massa's grondwater als basis voor ons drinkwater. Anderzijds wordt de voorraad onvoldoende aangevuld. Straten, opritten, parkings... worden ondoordringbaar verhard: de regen kan niet meer in de grond trekken maar wordt via de riolering afgevoerd. Vanwaar moet straks ons drinkwater komen? Kikkers, dotterbloemen en andere dieren en planten hebben het nog minder gemakkelijk: zij kunnen niet zomaar een kraantje opendraaien en moeten verdwijnen als er niet genoeg water meer is. Regenwater opvangen is makkelijk: je moet alleen maar de afvoerpijp onderbreken die van de dakgoot naar de riolering leidt. Plaats er een regenton onder: er zijn tonnen die wel 1000 liter kunnen bevatten en een kraan vergemakkelijkt het gebruik van het regenwater. Een minder fraaie ton kun je laten begroeien met klimplanten. Grotere hoeveelheden kun je kwijt in een regenwaterput. Het formaat hangt af van uw dakoppervlakte, van uw gezinsgrootte, van wat je zoal met het water gaat aanvangen.
Hoe doe je dat, beletten dat de bodem verdroogt?
Minder drinkwater gebruiken is één manier. Maar zoveel mogelijk regen in de grond laten dringen is even belangrijk. Afvalwater en regenwater scheiden In de riolering komt niet alleen het water van badkamers, keukens en wc's terecht. Ook de dakgoten lozen hun - zuiver! - regenwater veelal in de riool. Akkoord, afvalwater moeten we kwijt zien te geraken. Maar regenwater kunnen we even goed ter plaatse verwerken of in de grond laten trekken. Afgevoerd regenwater moet tenslotte érgens naartoe, en vaak betekent dat overlast in lager gelegen woonkernen. Meer nattigheid in de tuin Als het hevig of lang regent kan ook een regenwaterput al dat hemelwater niet meer bergen. Voor overtollig water moet de put een overloop hebben. Natuurlijk gaat die best niet richting riool: laat de overloop uitmonden in een bestaande gracht of in een tuinvijver of -moerasje. Zo kan het regenwater maximaal in de bodem dringen. Regenbekken Een regenbekken is een variant op de klassieke tuinvijver. Het dakwater (of de overloop van de regenwaterput) komt terecht in het eerste van een reeks bekkens. Het water loopt vervolgens van het ene bekken in het andere. Daardoor komt er meer zuurstof in het water. De overloop van het laatste bekken voert best naar een gracht of moeraszone. In een hellende tuin is zo'n reeks bekkens leggen dan in een vlakke tuin. Een tuinmoerasje Open water hoeft niet echt, een moeraszone is al even geschikt. Een laag klei of vijverfolie zorgt ervoor dat de tuingrond erboven min of meer voortdurend doorweekt blijft - ideaal voor kattenstaart en andere moerasplanten, libellen en padden (je natuurlijke bondgenoot tegen muggen en andere plaaggeestjes). Je kunt het moeras ook nat houden met de overloop van een vijver: moeras en vijver vormen een heel natuurlijk wereldje voor kikkers en padden. Grachten open! Grachten dichtgooien is overstromingen vragen. In een gracht stroomt het regenwater niet alleen weg, maar dringt het ook geleidelijk in de bodem. Doorlatende verhardingen. Kies voor een terras, oprit of parkeerruimte een verharding die het regenwater in de bodem laat dringen: poreus asfalt, betonklinkers, grind, dolomiet of grasdallen. Die laatste neutraliseren vervuiling van olie en benzine door de wortels van het gras. Fijnkorrelige verhardingen zuiveren het water door langzame infiltratie. Afvalwater zuiveren en de grond in Zelf gezuiverd afvalwater teruggeven aan de bodem maakt de kringloop rond. Leid het afvalwater door een rietveld of ander zuiverend systeem en laat het gezuiverde water uitmonden in een gracht, vijver of infiltratiezone. Deze milieutip wordt u aangeboden door het gemeentebestuur, de provincie ,Vlaams-Brabant, de intercommunales Interleuven en en Haviland en de vzw IGO Leuven.
|